Strafrechtelijke boetes vanaf 01.01.2017 verhoogd met 30%

In tal van wetgeving (strafrecht, verkeersrecht, sociaal recht, …) wordt voorzien in strafrechtelijke sancties ingeval van overtreding ervan.

Overtreders worden vaak bestraft met een geldboete, eventueel in combinatie met andere straffen zoals een gevangenisstraf, een rijverbod,…

De geldboete is een geldsom die de overtreder moet betalen aan de Staat. De omvang ervan wordt bepaald door de rechtbank.

Het bedrag dat in de wettekst wordt vermeld, dient echter steeds te worden vermenigvuldigd met de opdeciemen, zijnde de voorgeschreven verhoging om de muntontwaarding door de jaren heen te compenseren.

Voorheen werden de opdeciemen bepaald op een factor van 6. Dit betekende in de praktijk dat de geldboete die werd opgelegd steeds diende te worden vermenigvuldigd met 6. Een voorbeeld: een geldboete van € 200,00 (zoals door de wet voorgeschreven en door de rechter opgelegd) betekende tot 31.12.2016 een werkelijke geldboete van € 1.200,00 (€ 200,00 x 6,0 opdeciemen).

Vanaf 01.01.2017 –  en enkel voor feiten gepleegd vanaf 01.01.2017 – worden de opdeciemen verhoogd naar een factor van 8.

Een geldboete van € 200,00 (zoals door de wet voorgeschreven en door de rechter opgelegd) dient aldus sedert 01.01.2017 te worden vermenigvuldigd met 8 in plaats van 6 – hetgeen met zich meebrengt dat de werkelijke boete € 1.600,00 (€ 200,00 x 8,0 opdeciemen) zal bedragen in plaats van € 1.200,00.

De verhoging van de vermenigvuldigingsfactor van 6 naar 8 is significant, zeker wanneer deze wordt vergeleken met de eerdere evolutie van de opdeciemen door de jaren heen:

  • Van 1 maart 2004 tot en met 31 december 2011:           Factor 5,5;

  • Van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2016:         Factor 6;

  • Vanaf 1 januari 2017:                                                          Factor 8.

Voor meer informatie kan u steeds terecht bij de werkgroep Verkeersrecht.

Strafbaarstelling van “wraakporno”: Wat met de verspreiding van intieme beelden die reeds online stonden?

Met het nieuw artikel 371/1 2° Sw. heeft de wetgever het verspreiden van zgn. “wraakporno” strafbaar gesteld.

Het nieuwe artikel trad in werking op 1 maart 2016 en luidt als volgt:

“Art. 371/1 Sw.:

Met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar wordt gestraft hij die:

[…]

2° de beeld- of geluidsopname van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten toont, toegankelijk maakt of verspreidt, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan.

[…]”

Vandaar ook de benaming “wraakporno”: strafbaar is het zonder toestemming publiek maken van intieme beelden van een persoon die, in het overgrote deel van de gevallen, tijdens het verloop van een liefdesrelatie werden gemaakt.

Wie wraak wil nemen op een ex-partner door bijvoorbeeld intieme beelden te verspreiden op social media zoals Facebook, riskeert sedert 1 maart 2016 strafrechtelijke vervolging.

Maar is er sprake van “wraakporno” wanneer foto’s, genomen tijdens een bijeenkomst in een seksclub, die – met toestemming van de afgebeelde persoon – daarna publiekelijk toegankelijk werden gemaakt via de website van deze club, door een andere persoon verder worden verspreid?

In een recent vonnis sprak de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen de betrokken persoon vrij:

De essentie van dit misdrijf [verspreiding van wraakporno] bestaat er in dat het slachtoffer seksueel getinte foto’s heeft laten nemen of camerabeelden met de bedoeling om deze enkel intern of privé te gebruiken en deze beelden zonder zijn/haar medeweten toch publiek verspreid worden, al dan niet om haar te kwetsen (vandaar wraak-porno).

Het moet derhalve gaan om beelden die louter voor intern gebruik of in beperkte privésfeer werden genomen en die zonder medeweten of toestemming van de afgebeelde publiek werden gemaakt.”

Besluit: het verspreiden van intieme beelden, die op dat moment al toegankelijk waren gemaakt via een website en die dus niet bedoeld waren voor intern of privégebruik, is niet strafbaar.

Voor meer informatie kan u steeds terecht bij de leden van de werkgroep Bijzonder strafrecht.

Noot: Tegen dit vonnis werd hoger beroep aangetekend – de uitspraak is dus nog niet definitief.

Astrid Helmer behaalt Getuigschrift Bijzondere Opleiding Cassatieprocedure in Strafzaken

Mr. Astrid Helmer van FIRMUS Advocaten behaalde het getuigschrift dat vanaf 01.02.2016 verplicht wordt voor het behandelen van procedures voor het Hof van Cassatie in strafzaken. FIRMUS Advocaten legt zich toe op het bijzonder strafrecht. Deze opleiding is een dienstige meerwaarde voor het kantoor.