Het nieuwe erfrecht

Het nieuwe erfrecht is een feit.

De wet werd op 20 juli 2017 met een ruime meerderheid in de Kamer aangenomen en op 1 september 2017 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Wat verandert er concreet?

Voor de kinderen:

° De kinderen hebben recht op een minimumdeel van de nalatenschap, i.e. de reserve. Het gevolg is dat u over een deel van uw goederen vrij kan ‘beschikken’ (beschikbaar deel) en over een ander deel niet (reservatair deel).  In het oude erfrecht was de hoegrootheid van de reserve afhankelijk van het aantal kinderen. In het nieuwe erfrecht wordt het beschikbare deel vergroot en de totale reserve van de kinderen bepaald op de helft van de nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen dat tot de nalatenschap komt.

Een voorbeeld met drie kinderen:

 
 

° Indien het beschikbaar gedeelte is overschreden, kan worden gevorderd dat dit teveel terugkeert naar de erfgenamen met een reserve (de inkorting).  Onder de oude wetgeving gebeurde dit in principe in natura. Onder de nieuwe wetgeving zal de inkorting voortaan in waarde gebeuren waardoor de erfgenamen louter de waarde ten tijde van de schenking kunnen opeisen, maar niet de geschonken goederen zelf.

° Kinderen worden geacht gelijk te erven van hun ouders, tenzij expliciet anders werd bepaald. De schenkingen die zij tijdens het leven van hun ouders hebben gekregen dienen in rekening te worden gebracht (de inbreng). Op basis van de nieuwe wet dienen zij deze schenkingen voortaan ook louter in waarde in te brengen en niet meer in natura.

Voor de langstlevende echtgenoot/echtgenote:

° De langstlevende echtgenoot/echtgenote heeft ook een reserve, zij het wel in vruchtgebruik. De nieuwe wet heeft ook hier enkele aanpassingen doorgevoerd, o.a. met betrekking tot deze reserve en de regelingen van het vruchtgebruik indien er stiefkinderen zijn.

Voor de ouders

° Ouders blijven nog steeds wettelijke erfgenamen maar hebben onder het nieuwe erfrecht geen voorbehouden reserve meer. Indien de ouders behoeftig zijn op het ogenblik van het overlijden van hun kind, kunnen zij nog wel een onderhoudsbijdrage van de nalatenschap vorderen.

Waardering van schenkingen

° De nieuwe wet wijzigt de vroegere waarderingsmethodes van schenkingen in de vereffening en verdeling. Dit leidt er toe dat schenkingen van onroerende goederen en bijv. gelden, eenzelfde behandeling zullen krijgen bij de afhandeling van de nalatenschap.

Erfovereenkomsten:

° De nieuwe wet voorziet in een versoepeling van het verbod op erfovereenkomsten. Overeenkomsten tijdens het leven over toekomstige erfenissen zullen voortaan geldig zijn in zoverre strikte geldigheidsvoorwaarden worden nageleefd.

Tevens wordt de rechtsfiguur van de “globale erfovereenkomst” of “familiaal pact” ingevoerd.

De gevolgen van de wetswijziging voor u en uw familie:

Het nieuwe erfrecht is nog niet onmiddellijk van toepassing!

Het zal slechts worden toegepast op nalatenschappen van personen die overlijden na 1 september 2018, nl. 1 jaar na de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad.

Indien u of uw familielid overlijdt vóór 1 september 2018, zullen alsnog de regels van het oude erfrecht worden toegepast. Indien u of uw familielid overlijdt ná 1 september 2018, zal het nieuwe erfrecht worden toegepast.

De wet voorziet echter enkele uitzonderingen op deze regel.

Zo blijven schenkingen die u vroeger heeft gedaan altijd rechtsgeldig bestaan onder het toepassingsgebied van het oude recht .

Indien u thans een schenking zou willen doen, kan u bovendien kiezen dat het oude erfrecht van toepassing blijft, ongeacht of u vóór of na 1 september 2018 zou overlijden. U kan deze rechtskeuze bovendien ook nog maken voor de schenkingen die u reeds in het verleden heeft gedaan.

Aangezien de nieuwe wet ingrijpende wijzigingen inhoudt, is het essentieel om te weten of uw erfenis zal worden behandeld met toepassing van het oude dan wel het nieuwe erfrecht.

Indien u vragen heeft over deze wetswijzigingen op uw nalatenschap of op deze van een familielid, aarzel dan niet om contact op te nemen met de werkgroep Familierecht – familiaal vermogensrecht.

Praktische oplossingen voor een familielid met dementie

Steeds meer mensen worden vandaag geconfronteerd met een dementerende echtgenoot, partner, ouder of een nauw familielid die door diens ziekte niet meer in staat is om voor zichzelf te zorgen.

Hierbij rijzen verschillende vragen. Kan deze nog thuis verblijven of kan voor een voorziening worden gezorgd? Hoe zal diens vermogen verder worden beheerd? Hoe kan ik beletten dat deze door zijn ziektebeeld ongewilde handelingen stelt? Hoe kan dit met duidelijke afspraken worden omkaderd?

Het recht voorziet enkele oplossingen in de vorm van zogenaamde beschermingsmaatregelen, terug te vinden in de Wet van 17.03.2013 “tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid” en de Wet van 26.06.1990 “betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke” [in uitzonderlijke gevallen].

  • Bij een beginnende dementie – buitengerechtelijk beschermingsmaatregel

Ingeval van beginnende dementie, kan geopteerd worden voor een buitengerechtelijke beschermingsmaatregel.

Een buitengerechtelijke beschermingsmaatregel is een vorm van overeenkomst die wordt opgesteld buiten de rechtbank om, waarbij wordt bepaald dat op het ogenblik dat het betrokken familielid wilsonbekwaam wordt, een naaste als vertegenwoordiger kan optreden en welbepaalde handelingen kan stellen voor de betrokken persoon die betrekking hebben op diens vermogen: bijv. verkoop van goederen, het schenken of aanvaarden van schenkingen, afsluiten van contracten, enz.

Deze overeenkomst wordt neergelegd ter griffie van het Vredegerecht van de verblijfplaats van het dementerende familielid en zal worden bijgehouden in een centraal register. Deze overeenkomst en de handelingen die door de vertegenwoordiger worden gesteld zullen dan door derden moeten worden gerespecteerd.

  • Indien de dementie reeds te ver gevorderd is – gerechtelijke beschermingsmaatregelen

Vaak zal men moeten vaststellen dat de voorgaande oplossing te laat komt aangezien de diagnose van dementie doorgaans pas wordt gesteld op het ogenblik dat de patiënt reeds het een deel van het begripsvermogen heeft verloren. Een bijkomend probleem stelt zich wanneer de patiënt mist aan inzicht in het eigen ziektebeeld en weigert hulp te aanvaarden.

In dergelijk geval zal een buitengerechtelijke beschermingsmaatregel niet volstaan en zal beroep moeten worden gedaan op een gerechtelijke beschermingsmaatregel. In dat geval wordt een verzoek gericht aan de Vrederechter die de beschermde persoon onbekwaam zal verklaren tot het verrichten van welbepaalde handelingen. Deze kunnen enerzijds betrekking hebben op zijn vermogen (bv. het verkopen van goederen) maar  ook op zijn persoon (bv. het beslissingsrecht over de verblijfplaats) Een combinatie van beiden is ook mogelijk.

De Vrederechter zal voor die welbepaalde handelingen een bewindvoerder aanstellen om de betrokken persoon bij te staan (hulp bij het verrichten van deze handelingen) dan wel te vertegenwoordigen (bewindvoerder verricht de handelingen voor de beschermde persoon).

  • In uitzonderlijke omstandigheden: dwangopname onder wet houdende bescherming van de geesteszieke persoon

Soms is een snel ingrijpen noodzakelijk omwille van het feit dat het dementerend familielid agressief en gewelddadig gedrag vertoont tegenover mensen in zijn directe omgeving. In dit geval kan worden geijverd voor een dringende dwangopneming onder de wet van de persoon van de geesteszieke. Dit is aan strikte voorwaarden onderworpen waardoor een succesvol beroep op deze procedure louter mogelijk is in uitzonderlijke omstandigheden: nl. wanneer er sprake is van een verregaande dementie die maakt dat de betrokkene een gevaar vormt voor zichzelf en  anderen in diens directe omgeving.

***

Indien u of één van uw naasten wordt geconfronteerd met een familielid met dementie, kan u steeds ons kantoor contacteren. Wij werken graag samen met u een oplossing op maat uit.

Contacteer hiervoor de leden van onze werkgroep Familierecht - familiaal vermogensrecht.